• Gepubliceerd door
  • Dinanda van Appeldoorn
  • Gepubliceerd op
  • 17 mei 2021

Regel de zaken van uw huis…

Niet kunnen reizen, is een van de moeilijke dingen in deze coronatijd. Toch is er een reis die wél doorgaat – onze reis naar de eeuwigheid. Duizenden kwamen daar ineens voor te staan het afgelopen jaar. Wat laten ze achter of waarmee belasten ze hun familie? Het is goed om bijtijds over het sterven na te denken. Onze aardse reis is een doorreis. Laten we ‘wijs’ reizen. De Bijbel geeft heldere reistips.

Mijn laatste dagen

De meeste mensen overlijden in bed in een zorgcentrum, een ziekenhuis of thuis, in de eigen vertrouwde omgeving, omgeven door liefdevolle handen en vertrouwde stemmen. Mooi is het om samen te schuilen bij Hem, Die onze tijden in Zijn hand heeft. Een tijd van voorbereiding is een aparte zegen, evenals een vertrouwde huisarts, deskundige verpleging en goede thuiszorg.
Het is belangrijk dat er geen verstoppertje wordt gespeeld. Spreek open en eerlijk met elkaar over wat er in je binnenste leeft. God doet wonderen, maar niet alleen door genezing. Zijn vrede, als toch het einde komt, is een wonder. Gesprekken daarover komen soms moeilijk op gang. Ga ze toch maar niet uit de weg. Soms helpen familie, vrienden, de predikant of arts daarbij. Vaak zeggen mensen achteraf: ‘We hadden nog veel meer moeten bespreken, toen het nog kon’.

Als het einde er is, moet er veel geregeld worden. Geef daarin niet te snel te veel uit handen, rouwverwerking vraagt namelijk ook eigen betrokkenheid en eigen inzet. Opbaren kan het beste thuis, want dat maakt waardevolle ontmoetingen tussen nabestaanden en bezoekers mogelijk. Bij opbaren in een rouwcentrum is het belangrijk zelf de regie te houden. Het zijn kostbare dagen! In de achteruitkijkspiegel van het leven moeten mensen niet te snel kleiner worden. De ‘dagen boven aarde’ kunnen we niet overdoen. Het is als terugbladeren in een levensboek, waarvan de laatste bladzijde openligt. Mooie herinneringen aan deze tijd zijn waardevol.

Mijn laatste kaart

Als de arts weg is, de dominee geïnformeerd is en de begrafenisondernemer aanwezig is, komt de kaart ter sprake. Dit is te belangrijk om niet zorgvuldig te doen. Er zijn voorbeeldboeken, die ideeën aanreiken. Fijn ook als familie mee kan denken. Het is mooi als er boven de kaart een bijbeltekst, een psalm of een lied komt. We zijn ‘op doorreis’, er komt vroeg of laat een einde aan (Hebr. 9:27). Ooit kreeg ik een geboortekaartje waarop stond:
Jij huilde en ieder juichte, toen jij ter wereld kwam.
Leef zó, dat bij je sterven, jij juicht en ieder huilt.

Vaak vervallen we in standaardzinnen op een rouwkaart. Soms kloppen ze niet: onverwacht moet altijd zijn onverwachts. De dood kan wel plotseling (onverwachts), maar nooit onverwacht komen. Blijf kritisch kijken naar de tekst van de rouwbrief. De belangrijke eerste zin kan een belijdenis zijn.

Ten gevolge van een tragisch ongeval is ons ontvallen… is zorgvuldiger dan de formulering door een tragisch ongeval nam God uit dit leven weg… Hoeveel verdriet en vragen er ook zijn, anderen zouden erin kunnen lezen dat God de veroorzaker van het ongeluk is.

Na een slopend ziekbed kan het lichamelijke einde een verlossing zijn. Maar niet ieder weet, wat er aan het sterven voorafging en dit laatste bericht wordt bewaard. Denk daarom bij die eerste zin niet alleen aan jezelf en je eigen emoties, maar ook aan de ontvangers van de brief. Zo’n brief valt zomaar (tegenwoordig apart bezorgd!) door de brievenbus. Dan luistert de formulering van de droevige boodschap extra nauw.

Liever toch (geen) bezoek?

Regelmatig eindigt een rouwbrief met de mededeling: (liever) geen bezoek. Begrijpelijk, als het verdriet en de verslagenheid groot zijn. Toch is het goed om dat nog eens te heroverwegen. Er zijn soms bezoeken die meer een bezoeking zijn, daar word je niet door gesterkt. Maar er zijn ook andere bezoeken. Psalm 41 nodigt ons daartoe uit. In ‘bezoek’ horen we het woordje ‘zoeken’. Als mensen daarvoor komen, niet met hun eigen verhalen, maar echt op zoek naar wat een rouwdragende nodig heeft, dan worden het gouden momenten.

Wat Jezus zei en deed met de man die zei ‘ik heb geen mens’, moet ons veel te zeggen hebben. Een overledene heeft ook andere relaties dan alleen de naaste familie of vrienden. Het is goed, als ook zij gelegenheid krijgen (en daartoe uitgenodigd worden) hun medeleven te betuigen. Vaak worden er dan waardevolle herinneringen gedeeld.

Mijn laatste dienst

Extra verdrietig is het als alles sober en ‘haastig’ lijkt te moeten gaan. De ‘afscheidsdienst’ moet immers een zorgvuldige inhoud krijgen. Wat past het best? Afscheidsdienst, rouwdienst, dankdienst, dienst van Woord en gebed?

Natuurlijk is het een afscheidsdienst. Maar voor wie gelooft in de wederopstanding en het eeuwige leven, is er toch een blij weerzien? Natuurlijk is het een rouwdienst, maar er is toch meer dan alleen maar verdriet en rouw? We geloven immers in Hem, Die balsemt de wonden en heelt elke smart? Zeker is het een dankdienst, als zegeningen worden opgehaald, die God in dit mensenleven schonk, maar verdriet en waaromvragen mogen er ook zijn. De dood blijft een vijand, zij het de laatste (1 Kor. 15:26). Dat verbergen we niet.

Dienst van (gelezen, gezongen en gesproken) Woord en gebed, waarin we afscheid nemen en troost zoeken, is misschien wel het meest compleet. Niet alleen een levensboek, maar ook het Boek van het Leven gaat open. In de gebeden wordt gedankt en gevraagd om troost, belijdenis gedaan van onze zonden en tekorten tegenover deze overledene, maar ook vergeving gevraagd, Gods Naam geprezen en een mensenleven biddend aan Hem teruggegeven.

Voorafgaand aan de dienst kan er ruimte zijn voor persoonlijke woorden van afscheid. Goed voorbereid en goed op elkaar afgestemd, met niet te veel sprekers en niet te lange toespraken, kan dat inhoudsvol zijn.
Ooit maakte ik een dienst mee rond een vader van zes kinderen. Een voor een kwamen ze naar voren met één bloem. Op het briefje bij die bloem een kort zinnetje, dat uitgesproken werd. Een heel persoonlijke herinnering aan hun vader. Indrukwekkend in al z’n soberheid.

Woord en beeld

Aanvullend bij de foto op de kist worden steeds vaker visuele beelden uit het levensboek getoond: een PowerPoint, een filmpje, wat dia’s. Goed verzorgd en vooral niet te uitgebreid, kan dat een mooie inleiding zijn op de dienst. De dienst in de kerk vindt in sommige gemeentes plaats onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, maar ook als dat niet zo is, moet het geheel waardig zijn en Woord en gebed geen tegenstelling vormen met het overige van de bijeenkomst.

Als er niet gezongen kan worden, zijn opnamen van mooie psalmen en liederen, ook voor randkerkelijken een goede onderstreping van het Woord. Gedrukte liturgieën maken het mogelijk de inhoud van de liederen ook nog eens na te lezen. Het is ook mooi als de Schriftlezingen (uit de trouwbijbel!) door (klein)kinderen worden verzorgd. Wel is het belangrijk dat iedereen te horen krijgt wie de voorlezer is en in welke relatie hij of zij tot de overledene staat.

Op en na de begraafplaats

Vroeger was de begraafplaats in of bij de kerk. Dat is aan het begin van de negentiende eeuw veranderd. In de kerk werd het (uit hygiëne-oogpunt) verboden. De ‘tuin rond de kerk’ (kerkhof) kwam steeds verder van het centrum te liggen. De zichtbare band met het Woord van God werd minder en dat geldt nog meer van de onzichtbare band. Daarom is het goed om ook rond het open graf ons geloof te belijden. Dat kan met de woorden van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus. Het kan ook met de woorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis of het Onze Vader.

Vaak wil de familie als laatste het graf verlaten. Ook stille momenten zijn belangrijk. Belangrijk is wel dat een begrafenis niet ‘verloopt’, zomaar onduidelijk voorbij (b)lijkt te zijn. Door corona moeten we nogal afstandelijk met elkaar omgaan. Die afstandelijkheid doet geen goed. Laten we niet zomaar uit elkaar gaan. Een korte groet en een persoonlijk woord geven ondersteuning. De echo daarvan klinkt lang na.

Een medereiziger

We zijn op doorreis. We kunnen geen dagen aan ons leven, wel leven aan onze dagen toevoegen.
Medereizigers vergezellen ons. John Newton is zo iemand. Een man met een zondig verleden, dat hem schatrijk, maar geestelijk straatarm maakte. Op een wonderlijke manier kwam hij tot bekering en hij werd op latere leeftijd een bekende predikant in Engeland. Hij schreef mooie liederen, waarin hij de Naam van zijn Heiland graag noemde. Als die Naam ons voorgaat, dan krijgen we een rijk leven en wordt onze laatste bladzijde ook de mooiste.

Uw Naam, Die onze wonden heelt,
en ons met manna spijst,
Die onze dood en zonde deelt,
en onze vrees verdrijft.

O Jezus, hoe vertrouwd en goed,
klinkt mij Uw Naam in het oor.
Als ik van alles scheiden moet,
gaat nóg die Naam mij voor.

Vragen

  1. Waarom schuiven we de vragen over het levenseinde voor ons uit?
  2. Welke begrafenisgebruiken spreken je wel of niet aan en waarom?
  3. Hoe kun je (klein)kinderen betrekken bij de laatste dag?
  4. In de catacomben is een visje op de grafsteen nog altijd een belijdenis van het geloof. Wat laten wij achter voor onze volgende generaties?

Verder lezen

Voorbereiding voor de laatste reis. Boekencentrum 2013, ds. P. Vermaat

Liever toch bezoek. Boekencentrum 2009, ds. P. Vermaat


Warning: Invalid argument supplied for foreach() in /data/sites/web/deindruktest4nl/subsites/vrouwtotvrouw.deindruktest4.nl/wp-content/plugins/vrouwenbond_functions/includes/shortcodes.php on line 571